Moeten We Blij Zijn Met Kamala Harris?

Elke dag waarop een fascist niet verkozen wordt om het machtigste land ter aarde te leiden, is een goede dag. Maar we moeten ons voorbereiden op de goede nieuwsshow van Biden en co. Laten we even stilstaan bij het feit dat de verkiezingsresultaten enorm nipt zijn. Laten we stilstaan bij het feit dat de Democraten de werkende klasse niet meer aanspreekt. En laten we er vooral bij stilstaan dat het feit dat er een bruine vrouw Vice-President is van de Verenigde Staten misschien niet de overwinning is die we denken.

Ode Aan De Eerste

Sinds de overwinning van Biden en Harris zijn de felicitaties uitgebarsten. De termen ‘Historisch’ en ‘De Eerste’ komen veel aan bod. ‘Kamala Harris breaks glass ceiling as first female vice president, first woman VP of color’, kopt USA Today. ‘Harris makes history as first female, Black, South Asian American VP-elect’, schrijft NBC News.

En inderdaad, het feit dat Kamala Harris de eerste gekleurde vrouw is die Vice-President is in de VS, en dat dit pas in 2020 een feit is, is ongelooflijk. Het is een van de beste aanklachten tegen de verregaande ongelijkheid in de VS. Dagelijks moeten gekleurde vrouwen de volle laag aan seksisme en economische uitbuiting weerstaan en verscheurde gezinnen bijeenhouden. Dat Harris VP wordt na de Trump-fase, die graag fascisten aanmoedigt zwarte protesteerders en stemmers te ‘bewaken’, maakt de ontlading nog groter. Het geeft veel mensen een gevoel van veiligheid, en een bevestiging dat de dingen niet hoeven te zijn zoals ze nu zijn. In deze tijden kan men niemand kwalijk nemen te genieten van deze overwinning.

Ook Groen doet mee…

Maar, zoals Groen demonstreert, gaan veel mensen ervan uit dat een bruine vrouw in een machtspositie automatisch in het voordeel is voor mensen die tot dezelfde groep of groepen behoren, vrouwen en bruine en zwarte Amerikanen in het algemeen, en bruine of zwarte vrouwen in het bijzonder. Deze overtuiging komt voort uit een liberale politiek die zich meer bezighoudt met vorm en symboliek dan met effectief beleid. Het is niet omdat een iemand afkomstig is uit een onderdrukte minderheidsgroep, dat dit automatisch leidt tot een emancipatoire politiek die in het belang is van deze groep.

Waarom Representatie Nodig Is

Representatie van minderheidsgroepen in posities van macht is belangrijk om twee redenen. Ten eerste zou een betere representatie zorgen voor beleid dat meer afgestemd is op de noden van de groep die de machthebber vertegenwoordigt. Vandaag de dag is er een enorme oververtegenwoordiging van welgestelde, witte mannen in de politiek. De visies en dus het beleid van deze mensen wordt mede geschapen door hun persoonlijk ervaringen en afkomst. Een vertegenwoordiging van rijke, witte mannen leidt dus (gemiddeld) tot een oververtegenwoordiging van de belangen van rijke, witte mannen. Representativiteit kan dus leiden tot een betere vertegenwoordiging van belangen van minderheidsgroepen.

Ten tweede maakt de ondervertegenwoordiging van minderheidsgroepen dat ze weinig rolmodellen zien. Samenlevingen waar blanke mensen (in het algemeen) meer macht en rijkdom hebben, reflecteren dat in cultuur en politiek. Witte mensen worden enorm positief afgebeeld in films, boeken en het nieuws, terwijl niet-witte mensen impliciet of expliciet veel negatiever worden afgebeeld. Dit zorgt voor een soms verregaand geïnternaliseerd onwaardigheidsgevoel. Positieve rolmodellen kunnen helpen dat gevoel tegen te gaan, en kunnen leiden tot meer trots en hoop.

Waarom Representatie Niet Genoeg Is

Deze positieve gevolgen van representatie verklaren waarom veel mensen juichen en hoopvol worden bij de verkiezing van Kamala Harris. Zeker na Trump voelt Harris aan als een overwinning voor diegenen die dat het meeste nodig hebben. Maar dat gevoel moeten we nuanceren. Als we, zoals ‘liberals’ graag doen, enkel kijken naar representatie van gender, etniciteit et cetera, vergeten we een aantal belangrijke dingen.

Eerst en vooral: wat is het beleid van de verkozen machthebber? Ondanks het feit dat Kamala Harris een bruine vrouw is, betekent dat niet per definitie dat zij beleid zal voeren dat bruine vrouwen helpt. Dat zou een veel te deterministische visie zijn op sociale afkomst. Het is dus mogelijk dat een rijke, witte man een beleid voert dat effectief tot structurele verbeteringen zou leiden voor bruine vrouwen (We miss you, tío Bernie!). Hoewel het vaak voorkomt dat witte mensen een blinde vlek hebben door een gebrek aan geleefde ervaring, is het (mits genoeg en eerlijk engagement te luisteren) mogelijk deze blinde vlek op een significante wijze op te vullen.

Een goed voorbeeld: Bernie Sanders was voorstander voor Medicare For All, een publiek gezondheidssysteem waar armere minderheidsgroepen proportioneel meer baat bij zouden hebben; voor Harris ging dat te ver. Voor de lol gooi ik er nog een videoclip bij, waarin Kamala trots spreekt over hoe ze ouders van kinderen die spijbelen naar de gevangenis stuurt. Haar enige zorg? Of ze ermee wegkomt voor de volgende verkiezingen. Nee, dit is geen fake news, dit is echt.

Ten tweede: welke idealen worden aangemoedigd bij het idee van ‘De Eerste’? Na de verkiezing van Kamala Harris kwamen de reacties binnen, die stelden dat de Amerikaanse droom levend en wel is, en dat je nog altijd ongeacht je afkomst succes kan hebben als je maar genoeg je best doet. Hoe goedbedoeld dat ook is, het houdt de mythe van de meritocratie in stand. In plaats van collectieve kracht en solidariteit worden competitie en individualisme aangemoedigd. Vecht hard genoeg en verwerf je plaats onder de elite. Zorg dat je daarna de regels in je voordeel trekt zodat je je plaats zeker niet verliest. En beweer dan dat iedereen in je voetstappen kan volgen, als ze het maar genoeg willen. Dat zijn de spelregels die het ideaal van ‘De Eerste’ aanmoedigen. Of zoals Kaitlyn Greenidge het pakkend verwoordt:

‘I always think, when someone is […] labeled the first: Who is being forgotten? And who never got the chance to try?’  

Het Fenomeen Obama

Toen Obama in 2008 De Eerste zwarte president werd van de Verenigde Staten, werd dit alom gezien als een grote overwinning voor de zwarte gemeenschap. Obama was de perfecte kandidaat. Jong maar niet onervaren. Charismatisch, respectabel en capabel. Zijn speeches werden uitvoerig geanalyseerd en slaagden erin om mensen mee te nemen en hoop te geven. Al met al, een perfecte liberale kandidaat.

Maar Obama is tegelijkertijd ook een waarschuwing. Zijn beleid ging nooit ver genoeg om structureel armoede aan te pakken, zeker niet de armoede van historisch onderdrukte gemeenschappen. Nochtans is Obama nog steeds een held in de ogen van veel mensen binnen de zwarte gemeenschap, en worden zwarte mensen die te sterke kritiek uiten op Obama uitgesloten. Diens invloed is zo groot, dat ook veel zwarte mensen voor Biden stemden (gezien Biden VP was van Obama), ook al is Biden’s beleid nooit in het voordeel geweest van zwarte mensen. Met andere woorden, de symboliek van Obama’s overwinning is zo sterk, dat deze in de weg staat van reële veranderingen.

En dus…

Ondanks wat de Democraten zeggen, is de recente verkiezing in vele opzichten een nederlaag. Democraten zijn gefaald om de werkende klassen en zelfs sommige minderheidsgroepen aan te spreken. Biden en Harris gaan het Witte Huis binnen met een geslonken meerderheid in de Huis en waarschijnlijk een minderheid in de Senaat. Er is niets aan hun politieke carrière dat enige bereidwilligheid toont om te vechten voor structureel, progressief beleid. Maar we kunnen al wel verwachten dat de Democraten de symboliek van De Eerste zullen benutten om toch progressieven aan hun kant te krijgen. Wanneer dit onvermijdelijk gebeurt, laat ons dan alsjeblieft niet in deze val vallen. Laten we op onze hoede zijn voor de nieuwe Eerste, en niet vergeten dat collectieve inspanningen en radicale ingrijpen de enige manier zijn om iets te veranderen.

Will the real pessimist please stand up?

Onlangs had ik een discussie met een vriend over het nieuws, en de toch wel soms alarmerende berichten die daar regelmatig verschijnen. Terwijl ik vond dat ons huidige systeem structurele problemen heeft en dus veranderd moet worden (haal je rode vlag dus al maar boven), vond mijn gesprekspartner dat de problemen geen structurele oorzaken reflecteren, en dat er dus binnen het systeem naar oplossingen moet worden gezocht. Frustratie alom.

Maar wat mij pas echt verbaasde, was dat mijn opinie als ‘pessimistisch’ werd bestempeld. Zeker omdat dit geen uitzondering is. Bernie Sanders werd bijvoorbeeld door zijn politieke tegenstanders vaak bestempeld als een oude, knorrige politicus die enkel aandacht heeft voor wat fout gaat, en daardoor het goede uit het oog verliest. Is ons radicalisme pessimistisch?

De ‘Optimisten’

Veel van deze kritiek op radicaal-links komt van de recente beweging van vooruitgangsoptimisten, met Steven Pinker voorop. In België hebben we onze eigen Pinker-van-den-Aldi, Maarten Boudry. Boudry schreef onlang zijn boek Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat¸ waarin hij het opneemt tegen ‘doembeelden over klimaat en islamisering’ en de ‘cultuurpessimisten’. Wij hebben volgens hem meer nood aan de waarden van de rede en de Verlichting.

Steven Pinker schrijft exact hetzelfde in zijn boek ‘Enlightenment Now’. Dat boek staat vol met data en statistieken over hoe de wereld beter is dan ooit. En natuurlijk kloppen veel van die statistieken, en geen enkele persoon die daar nog aan twijfelt: er zíjn verbeteringen geboekt.  Maar belangrijker dan de statistieken zelf, is het wereldbeeld van Pinker (en Boudry) dat aan de hand van die statistieken aan de lezer wordt verkocht, daar waar het fout loopt.

Het onderliggende discours luidt als volgt: voor de Verlichting was het leven ‘nasty, brutish en short’ (deze bekende quote van Hobbes wordt effectief gebruikt). Uiteindelijk redden de stemmen van de rede en de wetenschap ons van deze staat, bevrijdden we ons van het juk van irrationaliteit, en sindsdien hebben we 200 jaar lang vooruitgang gehad, en zijn we er allemaal beter op geworden. Deze verbeteringen zijn een rechtstreeks gevolg van industrialisatie en vrije-markt kapitalisme.

Dit heeft verschillende implicaties. Rijke Westerse landen mogen onder geen beding van koers veranderen. De geschiedenis heeft immers aangetoond dat enkel onze huidige koers naar vooruitgang leidt. Voor arme landen is het doel dat ze instituties creëren die het kapitalisme zijn werk laat doen. Westerse weldoeners kunnen of zelfs moeten, via ontwikkelingshulp, een steentje bijdragen.

Waarom Dit Optimisme Niet Tot Vooruitgang Leidt

Met deze visie is het niet verwonderlijk dat Pinker (en Boudry) zo populair zijn bij het establishment. De onkritische visie die zij verkondigen legitimeert namelijk het huidige systeem. En zoals decennialang neoliberalisme heeft aangetoond, het vaandel van rationaliteit opeisen werkt. Wie tegenwerkt is niet rationeel. Op die manier wordt het bestaande systeem gelegitimeerd en voorgesteld als het enige systeem (TINA: There Is No Alternative). Dit verklaart de frequente uitvaringen van Pinker en Boudry tegen radicaal-links, antikapitalisten en het ‘cultuurmarxisme’ (wat dat ook mag zijn). En het verklaart ook de merkwaardige blinde plekken binnen hun discours, zeker voor mensen die beweren hun visie exclusief te stoelen op de rede, wetenschap en feiten….

Als we kijken naar de geschiedenis van het kapitalisme, zien we dat er ook een keerzijde is. De welvaart van het Westen is er enkel kunnen komen op de ruggen van anderen: boeren die gedwongen werden in de fabriek te werken, vrouwen wiens lichamen vervolgd en gedomineerd werden en bruine en zwarte mensen die structureel vermoord werden door de zoektocht naar winst, …. Veel van de verwezenlijkingen die we vandaag de dag het meeste waarderen, zijn juist gekomen doordat deze groepen zich verzet hebben tegen onderdrukking en uitbuiting. In België zijn zaken zoals het verbod op kinderarbeid, de 8-uren werkweek en het algemeen stemrecht allemaal voortgekomen doordat de gewone mensen op straat zijn gekomen. Ze hebben dat dan ook met hun leven bekocht.

De vooruitgang die wij zo koesteren steunt dus niet enkel op een constant stijgend BBP en betere technologie. De evolutie sinds de jaren ’80 bewijst dat. Vanaf die periode was het verzet namelijk op een historisch laagtepunt, en kende onze economieën verregaande hervormingen. Reguleringen werden teruggedraaid, openbare diensten werden geprivatiseerd en het vrije handelsregime vierde hoogtij. Het resultaat? Het BBP is de lucht ingeschoten, maar indicatoren die écht vooruitgang meten laten zien dat levenstevredenheid in bijna geen enkel land significant is gestegen sinds 1975.

Zelfs als rijke landen wél op de juiste weg zouden zijn, zou de huidige gang van zaken nog steeds onaanvaardbaar zijn. De welvaart van het Westen is namelijk niet alleen ontstaan door uitbuiting en onderdrukking, ze wordt daardoor nog steeds in standgehouden. Dit zowel op kap van de arbeiders, die zelfs tijdens pandemieën gevraagd worden winst te blijven maken voor hun baas (met een reep chocolade als vergoeding), als op kap van de armere landen.

We lezen vaak dat het altruïstische Westen arme landen helpt via ontwikkelingshulp. Wel, dat blijkt fout: er vloeit meer rijkdom van arme landen naar rijke landen dan andersom. Dit komt onder andere door dat we eerder onvrije handel dan vrije handel hebben: de globale economische structuren zijn zo gebouwd dat ze het Westen bevoordelen, en er zit een klein leger aan juristen en bankiers aan de knoppen om dit machine te laten blijven draaien.

De onderdrukking heeft weliswaar een andere vorm aangenomen, veel subtieler en beschaafder dan vroeger. Maar ze is er nog altijd, en het is belangrijk dat we ons daarvan bewust zijn. Enkel dan kunnen we effectief vooruitgang maken. Dat is echter iets dat onze ‘optimisten’ nooit zullen erkennen.

Wie is er de pessimist?

In haar prachtige essays schrijft Rebecca Solnit vaak over hoop. Zowel de pessimist als de optimist denkt dat er niets valt te doen, en beiden blijven thuis.

Hoop, daarentegen, is het kompas tussenin de valse zekerheid van het optimisme en pessimisme. Hoop komt voort uit de onzekerheid van het leven; het is juist in die onzekerheid dat het potentieel ligt voor verandering.

Hoewel de ‘optimistische’ visie dat we gewoon verder moeten gaan zoals nu verleidelijk klinkt, is deze in weze niet hoopvol. Onder dat mooie verhaal staat namelijk één zekerheid vast: dit systeem veranderen is waanzin. Probeer te tekenen, maar enkel binnen de lijntjes, of we gaan ten onder.

Dat is geen hoop. Echte hoop begint pas wanneer je de wereld, in al haar complexiteit en onzekerheid, in de ogen aankijkt en bedenkt: wij kunnen beter.

Vlaams Belang als belangrijkste Vlaamse regeringspartner

De Vlaamse regering is nogal verontwaardigd met de verontwaardiging op haar besparingsbeleid. Hoe durven wij zo onsolidair te zijn met haar onsolidariteit? Hoe durven wij, ondankbare, moraliserende, onrealistische, en het ergst van al, linkse mensen, te weigeren onze welvaart op te geven?

Ik heb het compleet gehad met de Vlaamse regeringspartijen. De voorbije vier jaren werden gekenmerkt door een afbraakbeleid, interne ruzies en machtsspelletjes.  De klimaatbeweging, die zich bijna even snel verspreidde als de brand in het Amazonewoud, werd afgeschilderd als een links complot. Veel erger dan dat, dacht ik, kan het niet worden…

Maandag, 3 december 2019. Het nieuwe Vlaamse regeerakkoord wordt gepresenteerd. De politici gloeiden van blijdschap, tevreden over hun akkoord, en De Wever zei dat er meer gelach dan geroep was tijdens de onderhandelingen. Wat is er dan veranderd tegenover de vorige regeringsperiode? Waarom roepen Open VLD en CD&V niet meer? Voelden ze zich afgelopen jaar te veel als roependen in de woestijn? If you can’t beat them, join them?

Exclusieve foto van de Vlaamse regeringsonderhandelingen

Hoewel het complete gebrek aan ruggengraat van Open VLD en CD&V misschien nog een beetje verbazing opwekt, de ruk naar rechts van de Vlaamse regering zou dat eigenlijk niet moeten doen. De belangrijkste dynamiek is die van de N-VA en Vlaams Belang. 

N-VA begon als rechtse conservatieve partij, die zich in 2008 afscheurde van de CD&V. Hun nationalisme was een soort van ‘inclusief’ en ‘civiel’ nationalisme. Nieuwkomers konden dus een deel worden van de Vlaamse samenleving, maar enkel als ze bepaalde normen en waarden overnemen. Maar de N-VA, die zich in het begin zo stevig van Vlaams Belang distantieerde, zette steeds meer in op een racistisch en rechts-populistisch discours. Er zullen zeker strategische reden geweest, maar zoals Jan Blommaert al opmerkte, Vlaams Belang, N-VA en Schild en Vrienden delen dezelfde ideologie en zijn allemaal deel van dezelfde politieke familie: die van Nieuw Rechts.

De strategie van Nieuw Rechts is om aan meta-politiek te doen. Meta-politiek betekent dat men niet in de dagdagelijkse politiek vastzit. Er is daarentegen een grotere blik op politiek: het doel is om een hegemonie (dominantie) van de eigen ideologie te creëren of te verstevigen. Men doet dit door via verschillende kanalen (parlement, media, middenveld) een bepaalde ‘common sense’ op te dringen. Meta-politiek wil dus bepalen wat mensen normaal vinden; wat mensen vinden dat kan. Met andere woorden, meta-politiek wil het Overton Window verschuiven.

Vlaams Belang heeft jarenlang vanuit de positie steevast dominante opvattingen over bijvoorbeeld vluchtelingen zitten aanvallen en tarten. Ze hadden echter een vrij marginale positie. Ondanks goede verkiezingsuitslagen bij momenten, werd hun visie weinig verspreid, tot recent. Enter de N-VA. Als zogezegd beschaafde partij, en grootste partij, werd hun discours veel breder verspreid, en had dat discours dus veel meer impact. Nadat ze eerst Vlaams Belang kiezers verleidden, hebben ze ze daarna vermenigvuldigt. Dat was geen ongeluk, dat was opzet (iedereen weet namelijk dat verleiding vaak leidt tot vermenigvuldiging).  Dat Vlaams Belang besloot massaal te investeren in sociale media als alternatief en ongereguleerd kanaal, speelde ongetwijfeld ook een belangrijke rol.

En nu zitten we dus opgescheept met N-VA, die besluit een frontale meta-politieke aanval te doen op het middenveld. Weg met kritische stemmen, weg met pluralistische organisaties. Iedereen in een Vlaams-Nationalistisch jasje, en we weten wat daarvan komt!

Open VLD gaat mee, omdat ze ondertussen bereid zijn tot elk politiek compromis, zolang ze maar overheidsgeld kan geven aan bedrijven, in plaats van aan burgers. CD&V gaat mee, omdat naargelang de aloude tjeeventraditie, hun enige principe is dat ze aan de macht willen zijn. En Vlaams Belang? Die zijn ongetwijfeld hun regeringscoalitie met N-VA in 2024 aan het plannen.

Wat nu? Het is aan ons, beste lezer, om een alternatief project te bouwen. Het is niet goed genoeg om enkel defensief te zijn. Al onze acties moeten kaderen in een alternatief, counter-hegemonisch project. Chili, Colombia, Hong Kong, de Koerden in Rojava, en vele anderen, zij doen het al. Het is tijd om in gang te schieten. Voor de ‘gang’ ons schiet.